NICK MOSS - MOULIN BLUES OSPEL - 07/05/11

Artiest info
Website  
 

MOULIN BLUES OSPEL - 07/05/11

 

 

Nick Moss (1972) is geboren en getogen in Chicago, Illinois, home of the blues. Hij was gitarist/bassist van blues iconen als Jimmy Rogers en Muddy Waters drummer Willie “Big Eyes” Smith en Buddy Guy voor hij met zijn eigen band the Flip Tops acht albums opnam en 16 blues award nominaties in de wacht sleepte. We ontmoeten hem vlak voor zijn optreden op Moulin Blues in Ospel voor een interview.

Het interview vindt plaats in de backstage van het festival. Nick Moss gaat rustig aan tafel zitten, neemt een van de bierflessen die op tafel staan en opent deze met een mij tot dan vreemde techniek zonder de hulp van een flesopener. Must be the Chicago way to have a beer...

Nick, op je laatste album “Privileged” leren we een andere kant van je kennen. Geen traditionele Chicago Blues, je schakelde duidelijk over naar Rock. Wou je terug naar je muzikale roots die in die richting liggen?

NM: Ja, het heeft mij 20 jaar gekost om terug te keren naar mijn roots. Ik ben opgegroeid met muziek van Led Zeppelin, Traffic, Free, Cream..., door hun heb ik de blues leren kennen. Later verdiepte ik mij in die richting en begon ik alles wat met Rock te maken had te mijden, ik wou niet “besmet” raken door andere stijlen.
Als je naar muziek luistert blijft er altijd, of je dat wilt of niet, iets hangen en dat wil je niet als je jezelf op een bepaalde stijl focust, in mijn geval de typische Chicago style blues. Ik schermde mij voortdurend af. Als er om maar iets te noemen Jimi Hendrix op de radio te horen was stond ik op en zette hem uit. Met dit album wou ik laten horen wat mij tot de blues gebracht heeft.

Wat deed je van idee veranderen?

NM: Met het ouder worden komt de wijsheid en ik heb mij gerealiseerd dat het allemaal hetzelfde is. De oudere muzikanten waarmee ik gespeeld heb vertelden me veel over de sixties. Jimmy Rogers sprak over zijn ontmoetingen met de Rolling Stones, Led Zeppelin en Jimi Hendrix. Zij hadden geen problemen met die jongens, ze deklasseerden nooit hun muziek. Ik denk dat het de generatie voor mij en mijn generatie was die de Rock –– ik wil niet zeggen een slechte naam gegeven hebben, maar het als niet echte authentieke blues bestempeld hebben. Het mag misschien niet authentieke blues zijn maar het is toch een soort van blues. Ik ben tot de conclusie gekomen dat alles wat mensen kan bewegen blues is, als het je raakt dan is het blues.

In je songs op “Privileged” schrijf je over de huidige economische situatie in de States.

NM: Ik schrijf over wat ik zie en wat er op dit moment gaande is en dat is geen goed nieuws, we voelen het allemaal dat het goed scheef zit, tv, kranten en internet: er valt geen goed nieuws te rapen.

Wat was je eerste motivatie om een instrument op te pakken en muzikant te worden?

NM: Mijn broer Joe, hij is nog steeds mijn grootste idool. Helaas heeft hij niet zoveel bekendheid als ik heb, maar Joe zou hier op dit festival kunnen spelen en menig muzikant naar huis spelen mijzelf inbegrepen (lacht). Joe is zeker een completer muzikant dan ikzelf. Mijn broer is een geniale gitarist en een zeer goede songwriter, hij was mijn eerste voorbeeld. We zijn opgegroeid in een muziekminnend gezin en zelf muziek maken was een natuurlijke ontwikkeling. Joe kocht mij mijn eerste bas in de hoop dat ik dan van zijn gitaar zou afblijven. Bovendien was er bijna niemand die bas wou spelen. Gitaristen en drummers genoeg maar geen bassisten. Ik was in de wolken dat ik met mijn broer en zijn vrienden mocht mee doen. Tegelijkertijd was ik toen ook bezig met sport: rugby en worstelen. Ik deed het bijlange niet slecht al zeg ik dat zelf, maar ik verloor 80% van mijn nierfunctie toen ik achttien was en mijn sportcarrière is in de kiem gesmoord. De lange dagen die volgden in het ziekenhuis bracht ik door met oefenen op mijn bas.

Je speelde in de Legendary Bluesband, hoe ben je bij die superband terecht gekomen?

NM: Eens uit het ziekenhuis ontslagen begon ik de jams in Chicago bij te wonen. De eerste muzikant die mij een gig gaf was Jimmy Dawkins. Ik speelde al bijna een jaar bij hem toen hij mij op een dag terzijde nam: “Nick, je bent een goede kerel maar je kan te weinig, ik denk dat ik je moet laten gaan want ik heb de tijd niet om je op te leiden”.
Die worden gaven mij een enorme motivatie, ik oefende nog harder en ging naar elke bassist kijken in de streek van Chicago. Avond na avond zat ik daar, keek en stelde vragen, hoe doe je dat, kun je mij dit en dat tonen. Het waren allemaal prachtige gulle kerels, niemand heeft mij ooit weggestuurd, ze deelden graag hun kennis.
Toen Calvin Jones de Legendary Blues Band verliet kreeg ik een telefoontje van Willie “Big Eyes” Smith. In het begin was het maar een vervanging maar uiteindelijk mocht ik blijven. Dat was mijn eerste doorbraak, ik bleef vier jaar bij de Legendary Blues Band.

Een andere grote leermeester van jou was Jimmy Rogers. Hoe oud was je als je met hem begon te touren?

NM: Ik was ongeveer 25 jaar. Jimmy... he was the best... Ik had twee grote leraars. Willie “Big Eyes” Smith leerde mij alles over de typische Chicago feel. Er is een specifiek gevoel en timing nodig bij het spelen van Chicago Blues.
Met Jimmy Rogers leerde ik het spelen van de de klassieke “Chicago-ensemble-sound”. Als je naar oude Chess platen luistert toen Jimmy nog met Muddy Waters speelde is het fantastisch te merken hoe ze naar elkaar luisteren. Ze complementeren elkaar, ze spelen samen maar blijven tegelijkertijd uit elkaars buurt, en dat is iets dat niet makkelijk is om te doen. Als het goed gedaan is is het voor mij het mooiste op aarde, op de geboorte van mijn dochter na. Er is geen groter plezier als een band die dat tot stand kan brengen.

Op een gegeven moment ben je met je eigen band begonnen, wat heeft de doorslag gegeven voor deze beslissing?

NM: Mijn eigen band is uit een soort van noodzaak ontstaan. Van de meesters had ik zeker nog veel kunnen leren maar de tijd was aangebroken om op eigen benen te staan. Jimmy Rogers was mijn laatste leraar en ik heb lange tijd met hem mogen doorbrengen. Op een dag besloot hij dat hij zijn zoon terug in de band wilde. Ik denk dat hij aanvoelde dat hem niet meer veel tijd restte, hij was al zeer ziek toen en hij wou nog wat tijd met zijn zoon doorbrengen.
Zelf had ik de keuze, ofwel beginnen rond te lopen en een band vinden waar ik terecht kon of mijn eigen band op te zetten. Ik heb voor het laatste gekozen en de Flip Tops opgericht.

Je ging verder met de Flip Tops en nam onder andere een succesvolle live CD op, “Live At Chan’s”. Was dat je doorbraak opname?

NM: Tja, ik weet het niet, eigenlijk denk ik niet graag in die termen. Ik neem gewoon op wat ik zelf leuk vind. Men vraagt mij voortdurend welke mijn favoriete CD is, de volgende die ik ga maken antwoord ik dan. Elke CD is een evolutie als muzikant, songwriter en blues artiest. Ze zijn mij allemaal even dierbaar. Ik kan je vertellen waar de fouten zitten in de CD’s (lacht) en hoe ik deze verbeterd heb. Ach, ik wil gewoon muziek maken en mij amuseren, that’s it.

Wat denk je van de tegenwoordige Blues scene in Chicago?

NM: De blues is nog levend en doet het goed. De blues is gegroeid en er zijn nog maar weinig traditionele bluesbands in Chicago. Zoals ik eerder al zei, alles wat je raakt is blues. Een ding vind ik leuk aan Chicago: een gewone night club of bar boekt ook een blues band naast country rock enz.

Je hebt ook je eigen studio en platenlabel Blue Bella Records dat je met je vrouw Kate Moss runt.

NM: Zij runt het, als ik dat allemaal moest doen zou ik gek worden, ik ben daarvoor zeker niet de geschikte persoon. Kate is het brein achter en de baas van het platenlabel, ze werkt harder als iedereen. Daarnaast heeft ze haar eigen bedrijf en zorgt ze voor onze dochter. Studio en label zijn opgericht om mijn eigen muziek te kunnen opnemen, ondertussen zijn er ook CD’s van andere bands opgenomen. Meestal vrienden van mij die, ook al zijn ze boordevol talent, geen deals kunnen krijgen bij andere maatschappijen, zoals Gerry Hundt, the Bill Lupkin Blues Band, en the Kilborn Alley Blues Band.

Wat voor toekomst zie je voor de blues?

NM: Zoals al velen voor mij gezegd hebben: “The blues will never die”. Er zijn nog altijd veel mensen die geïnteresseerd zijn. Er is misschien maar een kleine groep jongeren die voorwaarts komt maar zo was het ook toen ik begon. En dat is al wat er nodig is, een handvol goede zielen, meer moet dat niet zijn...
De oudere bluesmannen zeiden mij altijd: Blues gaat op en neer, het gaat in golven. Als je aan de grond bent hou het vol want het zal weer in orde komen. Willie en Jimmy waren behalve goede leraars ook grote filosofen, misschien zonder het zelf te beseffen. Willie had altijd een goede wijsheid in petto. Mijn favoriet is deze: Het leven is zoals een rivier en er liggen ook grote stenen in. Als je er één ziet pak dan verdorie je stuur en blijf uit de buurt.

Heb je zelf een favoriete gitarist?

NM: Een van de beste gitaristen die ik ken is Kirk Fletcher. Kirk kan alles aan: Blues, Jazz, Country, Gospel. Hij heeft een tijd bij de T-Birds gespeeld. Derek Trucks is ook heel goed.

Je hebt een nieuwe band meegenomen voor het festival?

NM: Ja, iets waar ik mee heb leren omgaan is dat muzikanten komen en gaan. Soms ben je triestig dat ze gaan, soms ben je blij dat ze gaan, het hangt er van af (lacht). Ik heb nu de leraarfunctie overgenomen, de muzikanten in de band zijn half zo oud als ik. Ze luisteren naar mij, dat verbaasde mij in het begin. Wat ik aan hun waardeer is dat ze de passie meedragen zoals ik dat deed als ik begonnen ben. Als ze maar de helft van het werk en de tijd opbrengen die ik opbracht komt het goed, ik zeg het hun voortdurend. En ook de liefde voor muziek natuurlijk.

Het wordt tijd voor Nick zich op het optreden voor te bereiden en we bedanken hem voor het interessante gesprek.

NM: no problem, bedankt om te komen, anytime, weet je wat? Dit bier is veel te sterk voor mij.....

Dani